S.O.S. Signaal
Internetpastoraat

Verlangend bidden

1 Thess  5:17 bidt zonder ophouden. Dat was wel een zeer zware opdracht welke de drie zendelingen van de Heer de gemeente van Thessalonica opdroeg. Maar was dit werkelijk de bedoeling en heeft het soms een andere betekenis?

De bisschop van Hippo, Augustinus vertaalde deze opdracht haar scherp. Het verlangen staat bij deze bisschop  heel centraal in het leven van de mens. Immers hij stelde dat bidden,geloof een innerlijk verlangen is. En dat verlangen heeft een beslissende rol in het leven van Augustinus.

Hier twee korte en bondige uitspraken van Augustinus: a Heel het leven van een echt christen bestaat uit een heilig verlangen. b. Heel ons leven is een oefening in het verlangen.

Met deze formuleringen laat hij zien dat “geloof”niet slechts een blind volgzaamheid is van dogmatische formules. Het verlangen is voor hem een innerlijke levenshouding. Verlangen is een bereidheid tot overgave, welke is uitgelokt door dat  innerlijke verlangen.

Bij Augustinus ontstaat het verlangen uit het geloof. Door geloof ontstaat er een diep geworteld  transcendent  verlangen. God zoekt toegang naar het innerlijke van de mens,via de deur van het verlangen. Dit verlangen is eigenlijk het diep gewortelde verlangen.

Verlangen en liefde zijn in wezen één. Bidden zal het verlangen naar God opwekken.

Een kort voorbeeldje: Het in gesprek zijn met je geliefde doet het verlangen steeds verder groeien. Ook het omgekeerde is geheel waar. Als de mens niet meer praat met zijn partner zal het verlangen weg ebben.

Als de mens het gesprek met God gaat verzaken,zal ook bij hem of haar verlangen gaan inboeten.

Bidden is contact vragen met God. Bidden is contact hebben met God. En de bisschop van Hippo zegt” in geloof,hoop en de liefde is  een constant bidden in een ononderbroken verlangen. Zelf wil ik dit vertalen met bidden is het verlangen om met God in contact te komen.

Bidden is een constant verlangen naar de levende Heer die met de mens onderweg is. Doch bidden kan men ook zonder gebruikmaking van de tong. Deze vorm van bidden moet meer gezien worden als een steeds in contact staan met God. Onbewust denkt de jongeman aan zijn geliefde. Hij kan haar maar niet uit zijn gedachten wegwissen. Als je een volgeling bent geworden van God,kun je Hem nimmer meer uit het diepste van je zijn wegdrukken. Wat ook Augustinus bedoelde te zeggen was dat we steeds meer in het geloof moeten groeien,en dat is dus een met God blijven leven.

Als we de bekende Psalm 1 gaan lezen dan kunnen we ontdekken waar  en wanneer dat verlangen zal ontstaan. De psalmist laat ons duidelijk zien dat ieder mens “welzalig” zal kunnen worden,mits die zich geheel afkeert van zijn onnatuurlijke menszijn..In vers 1 staat duidelijk wat de mens zich zal moeten afleren. Hij of zij zal niet langer meer in de raad van de goddelozen kunnen en mogen wandelen. En niet langer deelnemen aan de weg van zondaars en met hen die men onder de spotters zal kunnen plaatsen. Laten we nimmer vergeten dat God  zei “laten wij mensen maken naar ons beeld en gelijkenis “Dus Adam en Eva waren van nature heilig,doch zij hebben zich afgewend van God waardoor ze de gehele mensheid meesleepten  naar de toestand van on- natuurlijke mensen. Vanaf dat moment is de mens door zijn zelf aangelegde onnatuurlijke staat  geneigd tot alle kwaad. Alleen de mens die zijn eigen aangenomen on- natuurlijkheid ondergeschikt wil/kan maken aan Gods wil zal de natuurlijke staat opnieuw verwerven. Dus die mens zal zich 180 graden moeten omkeren. De mens zal zich geheel aan God de Almachtige moeten overgeven,en dat kan slechts door het verlangen om tot God te spreken en……. te luisteren. Ook Augustinus  verlangde te luisteren naar Gods stem.  

Dwars door geheel de bijbel heen vinden we de normen en waarden terug zoals God het bedoeld had bij de schepping van de mens. En juist psalm 1  is zo’n duidelijk verwijzing hiervan.

Als we het boek Jeremia  er op na slaan dan ontdekken we heel sterk waar het volk van God de verkeerde weg verkoos. Ook de wetten van God , o.a. de tien geboden, vertellen ons hoe de mens moet leven om te kunnen overleven. Laten we in het verlangend gebed bidden, Heer help ons om het vuil uit  ons leven te verwijderen”. Dit verlangend gebed is dan 24 uur van de dag. Bidden doe je niet slechts met de mond, maar vanuit het hart. Want ook Hij kent ons zitten en ons staan en gaan. Ik neem eventjes als een voorbeeld een kinderliedje  wat we vroeger leerden op school en op de zondagsschool “ik wens te zijn als Jezus,zo nederig en zo goed. Zijn woorden waren vriendelijk Zijn stem was altijd zoet.” Kijk dit bidden wij niet alleen met onze tong,maar met het hart. En dat is dus zo’n verlangend gebed.

En wat is dan die welzalgheid die wordt belooft? Nou ieder mens die zich voor 180 graden omkeert (bekeert) zal worden als een boom die geplant is aan waterstromen, die zijn vruchten op tijd geeft en waarvan de bladeren niet gaan verdorren en dan………..staat er alles wat hij of zij gaat ondernemen zal hen gelukken.

Nou terug komende op dat verlangen waar Augustinus het over heeft. Hij zegt steeds weer, de mens moet zich door gebed aansporen naar meer energie in dat verlangen te leggen. Het verlangen moet groeien door gebed.

Een fragment uit zijn commentaar op psalm 37.

Uw verlangen is uw gebed, en als uw verlangen niet ophoudt, dan bidt u onophoudelijk. Niet voor niets zegt de apostel ”Bidt zonder ophouden”(1 Thess.5:17). Maar kunnen wij zonder ophouden onze knieën buigen, ons ter aarde werpen of onze handen opgeheven worden ? Nee. Zouden wij op deze wijze moeten bidden, dan is naar mijn mening onophoudelijk bidden onmogelijk. En toch is er een voortdurend innerlijk gebed, en dat gebed heet verlangen.

Wilt u niet ophouden te bidden, houdt dan niet op met verlangen. Uw ononderbroken verlangen is uw niet aflatende stem. Slechts als u ophoudt te beminnen, zult u zwijgen. De afkoeling en koudheid van het hart staan gelijk met het zwijgen van het hart. Als de liefde altijd in u aanwezig is, dan roept u steeds. Als u roept dan verlangt u steeds. Als u verlangt dan denkt u aan de rust van de sabbat”’

Door  het Nieuwe Tijds denken( NEW AGE) ontstaat er een hand over hand toenemen en toelaten van de zonde. De satan trekt juist met prachtige evangelisch klinkende  termen de gelovigen mee naar de kroeg en de discotheek of naar een koffie shop. Hierdoor zal zeker de  mens gaan zwijgen en zal ook de liefde en het verlangen tot God verkoelen. Door het verkoelen van de liefde ontstaat er het zwijgen van het hart. En als het hart zwijgt,zwijgt ook het verlangen. Hoe vele huwelijken zijn er door het zwijgen van het verlangen en het zwijgen van het gebed op de klippen gelopen? Als het verlangen tot God verminderd,(het onophoudelijke bidden) verslapt de liefde tot God en vervalt daardoor ook op het laatst het gehele gebed. De relatie is dan niet door God ,maar door de mens verbroken. Laten we toch nog eens naar Augustinus luisteren die zelf te midden van de zonde had geleefd en op 28 jarige leeftijd tot bekering kwam. Hij wist door zijn uitmuntende retoriek en glasharde uitspraken vele prominente filosofen te verslaan. Zijn enige contact met de kerk was zijn moeder Monica. Die het ernstig betreurde dat haar zoon niet wilde kiezen voor de kerk en die zijn eigen weg volgde.

Opnieuw een uitspraak van deze man die durfde te erkennen dat hij in grote zonde had geleefd.

Indien uw liefde zonder ophouden brandt,dan roept u zonder ophouden. Als u altijd roept ,dan verlangt u altijd. Indien u verlangt,bent u de eeuwige rust indachtig.

De hierop volgende beurtzang  van Augustinus,vertolkt het geheel zo prachtig en daarnaast ook zo radicaal.

Wie verlangt,zingt met het hart, ook al zwijgt hij met de mond.

Wie niet verlangt, is stom voor God, hoe hard zijn stem ook klinkt voor mensen oren.

Want wie verlangt, zingt met het hart, ook al zwijgt hij met de tong.

Nogmaals de gedachtegang van bisschop Augustinus. Al zwijgt de tong, het verlangen bidt altijd. Als ons verlangen naar de Heer is onderkoeld, dan slaapt het werkelijke gebed. Immers bidden doe je samen met de Heer. Het is niet alleen de mens die tot God bid, maar ook God bid tot de mens. Bidden, het in gesprek gaan met God is altijd een twee richtingsverkeer. Helaas dat vele gelovigen van het bidden een één richtingsverkeer van maken. Zij willen graag God voor hun wagen spannen, maar God laat Zich niet door de mens voor hun kar spannen. Vaak zijn de gelovigen zelf doof, terwijl God tot hen spreekt kunnen ze niet luisteren naar wat Hij hen heeft te zeggen. God is meer dan een ANWB- pech- voor- onderweg- garantie : je belt alleen als je hem nodig hebt . . .

God wil dat wij leerden te bidden. Zo heeft Hij zelf ons het bidden geleerd,doch ook hierin zijn vele gelovigen  hun eigen woorden gaan neer te zetten. Immers deze passen over het algemeen beter bij die mens dan de woorden van de Heer.

Matt. 6:5 leert ons te zien hoe wij behoren te bidden. Nergens heeft de Heer ons formulier gebeden geleerd. Onze Vader die in de hemelen zijt,staat in heel de bijbel centraal. Tot deze Heer zullen wij ons in het gebed moeten richten. En is hier ook niet de gedachtegang van een Augustinus terug te vinden?

Het verlangend bidden heeft de Heer ons zelf ingegeven. En juist dat verlangend bidden heeft in en door het gebed van de Heer het verlangen versterkt.

Een uitspraak van Augustinus is “heel het leven van een christen bestaat in een heilig verlangen. Wat u verlangt ziet u nog niet,maar schept een ontvankelijkheid in u. en wanneer dit ogenblik is aangebroken dat u ziet,zult u er helemaal door vervult zijn. Heel ons leven is een oefening in het verlangen.

Als wij onze verlangens vrijmaken van de liefde tot de wereld,oefenen wij ons in het heilige verlangen. Willen wij vervuld worden van het goede,dan zullen we alle zeilen bij moeten zetten om het kwaad te overwinnen. Wij zullen dan moeten bidden “Heer verlos mij van de verleidingen van het kwaad.”Immers al de zonden en het kwaad werkt als een magneet op de mens. Vaak wil die persoon met een grote boog om de zonden gaan.,aar onbewust wordt hij ere naar toe getrokken. Zo was er eens een man die regelmatig gebruik maakte om zich naar de publieke vrouwen te begeven. Hij vertelde eerlijk en oprecht “Ik wil niet zondigen tot God,maar ik kan het gewoon niet laten .Onbewust wordt ik er naar toegetrokken.” Het was God zelf  die mij dan ook duidelijk maakte dat zonde werkt als een magneet. Het was God die voor hem de magneet van de zonde verzwakte tot niets. Deze satanische magnetische kracht kan alleen door God worden verbroken. Ook hij had geleerd om verlangend te bidden. En het gelukte ook hem.

Als wij ons niet volledig omkeren tot de levende God,zullen we Hem ook nimmer volledig kunnen dienen. In ons bidden zullen we Hem,moeten vragen om al het kwaad uit ons weg te wassen. Immers bekering is een afwassing van de zonden. Als wij ons zelf door de Heer innerlijk laten reinigen,dan pas kan Hij werkelijk door ons werken..Bidt daarom Heer laat al het vuil uit mijn leven weglopen,reinig mij door Uw Geest, kom wonen , ja Heer vervul mij met Uw Heilige Geest,zodat Gij de ruimte krijgt welke U in mijn leven toebehoort. Ja en dat wassen kost de mens nogal veel moeite. Ja heel ons leven zal schoon voor God moeten zijn,zodat Hij de mens voor Zijn dienst kan gebruiken. Wist u dat in een vuil en verwaarloosde woning zich graag het ongedierte  manifesteert? Ook uw lichaam is een tempel van de Levende God.

Nog een opmerking van Augustinus:Hij hield echt van de psalmen. Hij zag deze vooral als liederen van verlangen. Hij zegt dan ook Psalmzingend zijn wij trekkers die onder het lopen met gezamenlijke zang de angst voor gevaren verdrijven en de moed er in houden. Daar vindt men uitroepen als: God mijn God,naar U blijf ik zoeken,mijn ziel dorst van verlangen naar u Ps 63 en “Hoe hartverwarmend uw woning,Heer der hemelse heerscharen,mijn ziel vergaat van verlangen naar de voorhoven des Heren Ps 84

Verlangen is voor Augustinus de basis van al zijn werken Het is een fundamentele basis van het geloof in der ene Heer.

Aan zijn vriend Proba schrijft hij dat alle mensen verlangen naar een gelukkig leven “Bidt dan om een gelukkig leven”Voed het verlangen daar toe. Hij wijst zijn lezers op,de staat waarin ze sociaal leven. Augustinus zegt als het ware,”deze mensen denken gelukkig te zijn” maar ze kennen het ware geluk niet. Hij had het maatschappelijk  en sociaal voor zijn bekering zeer goed. Maar toch bemerkte hij dat er in wezen een grote armoede in hem bestond. Hij kwam door het verlangend bidden, tot  geestelijke ontwikkeling, hij groeide in het geloof.

En Augustinus bedoelde hier echt niet mee te bidden voor een gelukkig leven zoals de mens dat zelf zou willen. Maar ook hier moet duidelijk bij worden geplaatst  “niet mijn maar Uw wil geschiedde” Niet bidden voor een gelukkig leven naar menselijk maatstaven, maar naar de maatstaven van God.

De mens moet dat verlangen naar  het ware mens zijn opnieuw voeden. En dit verlangen is weer, het zonder de mond biddend leven, om weer waarlijk mens te mogen worden zoals God dat had bedoeld bij de schepping. Zo heeft de christenheid het lied jaren lang gezongen.”Maak mij een beeld van U, Maak mij een beeld van U een beeld van ootmoed, liefde en trouw, maak mij een beeld van U.”

Zolang het biddende verlangen voortduurt,bidden we in geloof,hoop en liefde. Dat innerlijke verlangen moet al de overige bezigheden tot bidden maken.

Het was Augustinus die het  Gods verlangen naar de gelovigen vertolkte. Het is God zelf die verlangt dat Zijn volgelingen Hem op Zijn Woord te vertrouwen. Deze Bisschop van Hippo  gebruikt veelvuldig  het boek der psalmen. Hij laat de volgelingen van de Heer zien waar ze allemaal naar uitzien en verlangen. De Psalm  143 spreekt heel nadrukkelijk over dit verlangen. Zo was het  bidden een erkenning van het onzekere in het leven van David. David getuigd in dit bidden van de levende God, JHWH,  van Zijn trouw en gerechtigheid  en rechtvaardigheid  aan de mens. Maar ondanks zijn tekortkomingen weet hij zich een knecht van God.

David weet dat het hier gaat om de satan.”want de vijand vervolgt mijn ziel en vertreedt mijn leven op aarde.”

Dit verlangend gebed van David eindigt met het zich steeds opnieuw onderwerpen aan JHWH. Leer mij Uw wil te doen. Terug komende op psalm 1.Welzalig is de man die niet wandelt in de raad van de goddelozen. Dit welzalig mogen we vertalen met het woordje “ Heilig” Als we ons geheel aan God de Heer overgeven,dan zullen we verlangend naar Hem uitzien. En als we “ welzalig “wensen te worden,is dat een overgave aan God de Almachtige, het  is een biddend verlangen om niet langer deel te hebben  aan de weg van zondaars en met hen die men onder de spotters zal kunnen plaatsen.

En wat is dan die welzalgheid die wordt belooft?.Nou ieder mens die zich voor 180 graden zich omkeert (bekeert) zal worden als een boom die geplant is aan waterstromen,die zijn vruchten op tijd geeft en waarvan de bladeren niet gaan verdorren en dan………..staat er alles wat hij of zij gaat ondernemen zal hen gelukken.

Nou terug komende op dat verlangen waar Augustinus het over heeft. Hij zegt steeds weer, de mens moet zich door gebed aansporen naar meer energie in dat verlangen te leggen .Het verlangen moet groeien door gebed.

Door het hand over hand toenemen en toelaten van de zonde zal de mens gaan zwijgen en zal ook de liefde en het verlangen naar God verkoelen. En als het verlangen tot God is verkoeld ontstaat er een verkoeling naar de mede mens. Door het verkoelen van de liefde ontstaat er het zwijgen van het hart. En als het hart zwijgt,zwijgt ook het verlangen.

Indien uw liefde zonder ophouden brandt,dan bidt  u zonder ophouden. Als u altijd roept ,dan verlangt u altijd. Indien u verlangt,bent u de eeuwige rust indachtig.  

Er is een duidelijke reden dat God wil dat wij leerden te bidden. Zo heeft Hij zelf ons het bidden geleerd,doch ook hierin zijn vele gelovigen  hun eigen woorden gaan neer te zetten. Immers deze passen over het algemeen beter bij die mens dan de woorden van de Heer.

Zo leert Matt. 6:5 ons te zien hoe wij behoren te bidden. Nergens heeft de Heer ons formulier gebeden geleerd. Onze Vader die in de hemelen zijt,staat in heel de bijbel centraal. Tot deze Heer zullen wij ons in het gebed moeten richten. En is hier ook niet de gedachtegang van een Augustinus terug te vinden?

Het verlangend bidden heeft de Heer ons zelf ingegeven. En juist dat verlangend bidden  heeft in en door het gebed ons het verlangen naar de Heer versterkt.

Een uitspraak van Augustinus is “heel het leven van een christen bestaat in een heilig verlangen. Wat u verlangt ziet u nog niet,maar schept een ontvankelijkheid in u. en wanneer dit ogenblik is aangebroken dat u ziet,zult u er helemaal door vervult zijn. Heel ons leven is een oefening in het verlangen.

Als wij onze verlangens vrijmaken van de liefde tot de wereld,dus bekering,oefenen wij ons in het heilige verlangen. Willen wij vervuld worden van het goede,dan zullen we alle zeilen bij moeten zetten om het kwaad te overwinnen.

Als wij ons niet volledig omkeren tot de levende God, zullen we Hem ook nimmer volledig kunnen dienen. In ons bidden zullen we Hem moeten vragen om al het kwaad uit ons weg te wassen. Immers bekering is een afwassing van de zonden. Als wij ons zelf door de Heer innerlijk laten reinigen, dan pas kan Hij werkelijk door ons werken..Bidt daarom Heer laat al het vuil uit mijn leven weglopen, reinig mij door Uw Geest, kom wonen, ja Heer vervul mij met Uw Heilige Geest, zodat Gij de ruimte krijgt welke U in mijn leven toebehoort. Ja en dat wassen kost de mens nogal veel moeite. Ja heel ons leven zal schoon voor God moeten zijn, zodat Hij de mens voor Zijn dienst kan gebruiken.

Wist u dat in een vuile en verwaarloosde woning zich graag het ongedierte  manifesteert? Vergeet daarom nimmer  dat ook uw lichaam  een tempel van de Levende God is.

Het is daarom zo hard nodig dat wij als mens onze zonden en schuld bij de Heer neerleggen. Immers ook na de bekering zijn wij geneigd tot alle kwaad.

Bidden is ook een lofprijzing naar God toe. Heel ons bidden is een dankzegging tot God. Nogmaals wil ik hier het gebed van de Heer aanhalen. De les van Jezus begint,met dankzegging en lofprijzing Hij begint daarom ook met Onze Vader die in de Hemelen zijt, Uw koninkrijk komen.  

Zolang het biddende verlangen voortduurt, bidden we in geloof, hoop en liefde. Dat innerlijke verlangen moet al de overige bezigheden tot bidden maken.

Het was Augustinus vurige verlangen dat zijn toehoorders naar een waarachtig gelukkig leven zouden verlangen en God daarom zullen vragen. De Psalm  43 spreekt heel nadrukkelijk over dit verlangen.

Bidden is zó belangrijk! Weten HOE te bidden (God is géén sinterklaas!) is nóg belangrijker! Veel mensen hebben – hoe hard het ook klinkt – God niet zo nodig als het goed gaat. God komt vaak pas in beeld als de mens Hem nodig heeft!

Als we privé hulp nodig hebben of als er een ramp gebeurd is. Immers de mens heeft eigenlijk geen tijd om te bidden. Maar, o wee als het hem of haar eventjes dwars zit dan wordt hij ineens zo vurig gebeden. En als God dan niet direct de gebeden verhoort,dan wordt die zelfde mens vaak boos en verdrietig dat God niet naar hem of haar luisterde.

Vaak gebruiken we God als een ANWB -praatpaal aan de kant van de weg! Pas als we pech onderweg hebben, dan nemen we wel eventjes de tijd om met God te praten,maar die wegenwacht telefoniste zegt dan. U moet rekenen met enkele uren voor er hulp bij u aanwezig kan zijn. En dit we verwachten “als betalend ANWB lid” dat wij –– meteen hulp zouden krijgen  

Psalm 1 laat zien dat er mensen zijn die dag en nacht met Gods wet bezig zijn, je afvragen, zoeken, nadenken wat Gods wil is en daar naar leven. Je eigen “ik” ondergeschikt maken aan de wetten van God. Zijn geboden, inzettingen en verordeningen willen onderhouden, niet als een ‘last’, maar als een eer en lust, omdat er niets gaat boven leven volgens God wil!

Dan ben je volgens de bijbel een “rechtvaardige” en het gebed van een rechtvaardige vermag veel! Pas als de mens zich geheel onderwerpt aan God, kan hij  zich “welzalig:” noemen.

Persoonlijk houd ik niet zo van uitlatingen van “die dacht er zó over en deze vindt er dit van. . . “ Zeker theologen hebben aan bijbelse  inlegkunde gedaan en zijn door hun eigen “wetenschappen” misleid.

De Bijbel is inspirerend en duidelijk genoeg. In de bijbel vinden we ook nergens uitspraken  zoals hierboven eentje staat geschreven. De bijbel gaat recht op de man af en Gods medewerkers hebben  geen gebruik gemaakt van vormen van inlegkunde  en uitspraken van mensen. De bijbel Gods Woord gaat altijd recht op de mens af.  

Willen we in relatie met God staan dan is het gebed erg noodzakelijk. Hoe vaak trok Jezus zich niet terug voor gebed! Hoeveel heeft Jezus niet te zeggen over het gebed!

Willen we informatie over bidden? Zeker de computer is tot surfen bereid er staan vele “lessen” over bidden  beschreven zelf hele studies zijn er geweid. Doch de beste informatie tot en om bidden vinden we in het boek Psalmen.

 

Auteur  Hille Dijkstra


Bij acute nood kunt u bellen met 06 - 4117 5813.

(niet op zondag tussen 8 en 12 uur)

U ontvangt ten alle tijde zo spoedig mogelijk bericht van de coördinator.