Door het gebed de overwinning op Amalek (de zonde)
Hoe men het ook leest; Wat een machtige belofte!
Bisschop Augustinus herhaald de woorden van de apostel Paulus. Deze schreef in 1 Thessalonica 5:17 bidt zonder ophouden. En dan zullen we ons zeker moeten afvragen wat bidden dan eigenlijk wel is. Als we de bijbel opslaan en ons verdiepen in de woorden "vragen en spreken", dan blijkt dat het woord bidden een houding is. Bidden is het woord voor "eerbied" hebben voor God. Als ik mijn buurman vraag( bid) om mij eventjes te willen helpen, dan is dit het zelfde als bidden. Het is een verzoek. Zo kunnen we God een verzoek doen, of te wel een vraag stellen. En u weet uit ervaring dat als men aan iemand een vraag stelt, dat er dan altijd sprake van een relatie aanwezig is. Het is een erkennen van de ander. De schrijver van kronieken wijst in 2 Kronieken 6:38 er op dat er reeds een relatie ligt. Vergeet nou niet dat een verbroken relatie ook een relatie is. Alleen deze kan weer hersteld worden. wanneer zij zich dan tot U bekeren met hun gehele hart en met hun gehele ziel in het land van hen die ze in gevangenschap weggevoerd hebben, wanneer zij met u in gesprek zijn ( bidden ) in de richting van hun land dat Gij hun vaderen gegeven hebt, en van de stad die Gij verkoren hebt, en van dit huis dat ik voor uw naam gebouwd heb, 2 Kronieken 6:32 Ook wanneer een vreemdeling die niet tot uw volk Israël behoort, ter wille van uw grote naam, uw sterke hand en uw uitgestrekte arm uit verren lande komt, en men komt vragen tot U ( bidden ) in dit huis, Job 42:8 Welnu, neemt zeven stieren en zeven rammen en gaat naar mijn knecht Job en brengt ze voor u tot een brandoffer, en mijn knecht Job moge voor u bidden , want slechts hem zal Ik ter wille zijn, zodat Ik u niet iets kwaads aandoe, omdat gij niet recht van Mij gesproken hebt zoals mijn knecht Job. Jesaja 45:20 Vergadert u en komt, nadert tezamen, gij die uit de volken ontkomen zijt. Zij hebben geen begrip, die hun houten beeld dragen en zij spreken (bidden ) tot een god die niet verlossen kan. Mattheüs 6:5 En als we bidden,zo leert ons zelf de Heer En wanneer gij tot God spreekt (bidt,) zult gij niet zijn als de huichelaars,,die veelal dweepziek zijn en God willen paaien. want zij staan gaarne in de synagogen en op de hoeken der pleinen te bidden, om zich aan de mensen te vertonen. Voorwaar, Ik zeg u, zij hebben hun loon reeds. Mattheüs 6:7 En gebruikt bij uw verzoeken tot de Heer ( bidden) geen omhaal van woorden, zoals de heidenen; want zij menen door hun veelheid van woorden verhoord te zullen worden. Mattheüs 7:11 Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader in de hemelen het goede. Markus 11:25 En wanneer gij Tot God komt ( staat te bidden,) vergeeft wat gij tegen iemand mocht hebben, opdat ook uw Vader in de hemelen uw overtredingen zal vergeven Johannes 14:16 En Ik zal de Vader vragen (bidden) en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn, Handelingen 14:23 En nadat zij voor hen in elke gemeente oudsten hadden aangewezen, droegen zij hen onder dienen ( bidden ) en vasten de Here op, in wie zij geloofd hadden.
Eén van de grootste gesprekken tussen God en de mens vinden we in Exodus 17. Hij wijst heel de gemeente op de noodzaak van gebed en om zich zelf tot Hem te bekeren. Het is God zelf die er steeds op uit is om de relatie met de mens te herstellen. Dr. Flesseman van Leer verwoord het zo: God is met de mens onderweg en niet de mens met God. Het initiatief gaat altijd van God uit. Immers Hij is het begin, de alpha,maar ook heeft Hij het laatste woord, Omega. Als de mens zal leren te luisteren naar het begin,dan wordt hen de Trooster geschonken. Hij is het die zijn volk opriep en oproept om opnieuw op Hem af te stemmen,om te luisteren naar Hem die de schepper God is. En juist uit Exodus 17 blijkt dat God de Vader juist dat samen bidden samen tot God gaan en samen met God in gesprek zijn,zo belangrijk voor de mens vind. Als heel Gods gemeente zich zal bekeren en afstand zal doen van al die vreemde goden,die toch niet kunnen horen en luisteren,dan is de overwinning voor de gemeente van de Heer. En dat men samen tot God durft te gaan, Bidt zonder ophouden schreef de apostel en dat schreef hij zeer zeker niet uit zich zelf,maar het was God zelf die hem inspireerde om deze woorden in Zijn Woord en Waarheid op te nemen. Als er vermoeidheid gaat optreden in de menselijke geest,dat dan toch het gebed door zal gaan en daarom sprak Augustinus over het continu gebed een gebed zonder einde. Zeker deze apostel ( bisschop)van de Heer was zich heel wel bewust dat een continu gebed van een persoon een onmogelijkheid zou zijn,dan zou de persoon binnen de kortste tijd bezwijken van dorst en de honger etc. Maar leerde hij dat het gebed niet slechts een lippentaal,maar een geestestaal is. En wij, als gemeente van de Heer, zo blijven bidden, zullen er in heel de wereld wonderen gebeuren. Maar leest u eens de drie hieronder weergegeven drie vertalingen over Exodus 17
Statenvertaling Exodus 17:11 En het geschiedde, terwijl Mozes zijn hand ophief, zo was Israël de sterkste; maar terwijl hij zijn hand nederliet, zo was Amalek de sterkste.
:12 Doch de handen van Mozes werden zwaar; daarom namen zij een steen, en legden dien onder hem, dat hij daarop zat; en Aäron en Hur onderstutten zijn handen, de een op deze, de ander op de andere zijde; alzo waren zijn handen gewis, totdat de zon onderging.: 13 Alzo dat Jozua Amalek en zijn volk krenkte, door de scherpte des zwaards.: 14 Toen zeide de HEERE tot Mozes: Schrijf dit ter gedachtenis in een boek, en leg het in de oren van Jozua, dat Ik de gedachtenis van Amalek geheel uitdelgen zal van onder den hemel.: 15 En Mozes bouwde een altaar; en hij noemde deszelfs naam: De HEERE is mijn Banier!: 16 En hij zeide: Dewijl de hand op den troon des HEEREN is, zo zal de oorlog des HEEREN tegen Amalek zijn, van geslacht tot geslacht! Nieuwe vertaling Exodus 17:11 Zolang Mozes zijn arm opgeheven hield, was Israël de sterkste partij, maar liet hij zijn arm zakken, dan was Amalek de sterkste. 12 Toen Mozes’ armen zwaar werden, legden Aäron en Chur een steen bij hem neer, zodat hij daarop kon gaan zitten. Zelf gingen ze aan weerszijden van hem staan, om zijn armen te ondersteunen. Daardoor konden zijn armen opgeheven blijven totdat de zon onderging. 13 Zo versloeg Jozua het leger van Amalek tot de laatste man. 14 De HEER zei tegen Mozes: ‘Leg deze overwinning in een oorkonde vast, zodat niemand die ooit zal vergeten, en overtuig Jozua ervan dat ik zal zorgen dat niets op aarde nog aan het volk van Amalek herinnert.’ 15 Toen bouwde Mozes een altaar, en hij noemde het ‘De HEER is mijn banier’. 16 Hij zei: ‘Omdat Amalek de hand heeft durven opheffen tegen de troon van de HEER,
Leidsche vertaling Exodus 17:11 Zo dikwerf nu Mozes zijn handen omhooghield, had Israel de overhand; maar zodra hij zijn handen liet zinken, Amalek. 12 Toen Mozes handen zwaar werden, namen zij een steen en plaatsten dien onder hem; hij ging er op zitten, terwijl Aaron en Hur zijn handen, gene aan de ene, deze aan de andere zijde, steunden. Zo hielden zijn handen het uit tot zonsondergang 13 en versloeg Jozua Amalek en zijn volk met het scherp van het zwaard. 14 Toen zeide de Heer tot Mozes: Schrijf het ter gedachtenis in een boek, en prent Jozua in dat ik de nagedachtenis van Amalek van onder den hemel geheel zal uitwissen. 15 En Mozes bouwde een altaar, hetwelk hij noemde: De Heer is mijn banier, 16 en hij zeide: De hand aan de banier van den Heer! Oorlog van den Heer tegen Amalek, van geslacht tot geslacht.
Lutherse vertaling exodus 17:11 En wanneer Mozes zijne handen ophief, won Israël; maar als hij zijne handen nederliet, won Amalek. 12 Maar Mozes' handen werden zwaar; daarom namen zij een steen en legden dien onder hem om er op te zitten, en Aäron en Hur ondersteunden zijne handen, aan elke zijde één. Alzo bleven zijne handen vast, totdat de zon onderging. 13 En Jozua versloeg Amalek en zijn volk door de scherpte des zwaards. 14 En de Heer sprak tot Mozes: Schrijf dit ter gedachtenis in een boek, en beveel het voor de oren van Jozua; want Ik wil Amalek verdelgen van onder den hemel, zodat men aan hem niet meer gedenken zal. 15 En Mozes bouwde een altaar, en noemde het: De Heer is mijn banier. 16 Want hij sprak: Het is een gedenkteken bij den troon des Heren, dat de Heer strijden zal tegen Amalek, van geslacht tot geslacht.
Juist in dit gedeelte ,hoe men het woord van God ook vertaald zien we dat het gebed het in continu gesprek te zijn met de Heer, wonderen doet. Toch moeten we ook tijdens het gebed er voor moeten waken dat we God de Vader niet gaan zien als een Sinter Klaas of een goede kerstman die men alles maar mag vragen en Hij pakt het zelf nog wel eventjes in. Nee ,God laat zich niet dwingen en bevelen. En slechts voor hen die “Ja “tegen Hem hebben gezegd zal Hij verhoren en dat behoren is ook niet wat wij willen ,maar de Heer zelf leerde ons reeds te bidden en te vragen aan God Uw wil zal geschieden” Wat wij willen is lang niet altijd het juiste,wat goed voor ons zou zijn. Nee en we mogen het gesprek met God ook niet misbruiken ter eigen eer en glorie door er een vorm van materialisme in op te sluiten. Jakobus 5:16 Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt. Het spreken tot God (gebed ) van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt. Juist in het gebed van een rechtvaardige daar zit reeds Gods Kracht in opgesloten. Wij zullen dus onophoudelijk met God onze Vader in continu gebed bezig moeten zijn. En dat is niet alleen voor de bidder zelf,maar voor heel de naaste wereld. Wij zullen moeten bidden voor heel de nood in de wereld. Wat door mijn aanbidding van de vreemde goden geheel verloren is gegaan. Het was veelal een “ver van mijn bed zaak”waar ik mij niet verantwoordelijk voor kon stellen. Maar juist door de kracht van Gods Geest,heeft de gelovige geleerd te bidden voor de naaste ,de drug en of drankverslaafde,voor hen die n de bidder tot last was,voor hen die de bidder haten etc. En als wij als heel Gods gemeente blijven bidden zoals God het ons ook door een Augustinus ons leerde blijven bidden dan zal alles ons gelukken.
Laten we nog eventjes terug gaan naar het thema van dit artikel. Alleen door het gebed zullen we de zonde overwinnen en daarvoor hebben we heel Gods gemeente bij nodig. Wij mogen hier gerust de naam van het volk vereenzelvigen met het woord “zonde” En zonde is alles wat tegen de wil van God in gaat. De volgeling van de Heer leeft nog wel onder de zonde,maar is geheel vrij gekocht, de opgelopen schuld bij God de Schepper is reeds door het bloed van Jezus betaald. Door Jezus Gods Zoon is de relatie tussen God en de mens hersteld,alleen niet iedereen wil deze betaling erkennen.
Door biddend het gesprek van God naar de mens te aanvaarden wordt de relatie weer hersteld.
HIlle Dijkstra
Wilt u verder praten, dat kan. Voor adressen e.d. zie Contactgegevens.

