S.O.S. Signaal
Internetpastoraat

Te harde of te lauwe werkers voor God?

Laten we eerst eventjes Hebr.12:28 en 29. lezen.

Mogelijk dat de titel u niet zal aanspreken of u ergert er zich aan. Toch mag ik de gemeenten op het volgende wijzen. Als christenen voelen we ons allemaal verantwoordelijk voor de gemeente. En vooral de gemeente waar we zelf bij aangesloten zijn. We doen onder leiding van de pastors en oudsten ons uiterste best zieltjes te winnen voor de eigen gemeente. Zeker we kleden onze kerkzaal zo mooi mogelijk aan. En vooral zingen we liever niet meer uit het kerk of liedboek, maar worden de liederen op een groot scherm geprojecteerd.
Allemaal heel imponerend, maar alles heeft een keerzijde, het kan zelfs indoctrinerende werking op de aanwezigen hebben. De gemeentezang wordt vaak niet meer begeleid door een orgel of piano, maar het liefste door band muziek. Zelfs (christelijke) rock muziek  wordt gebruikt  om met een oorverdovend geluid God maar tot zich te roepen. Als u eventjes tracht na te denken wat rock muziek inhoudt, dan wordt het u mogelijk duidelijk waarom ik persoonlijk zo geweldig tegen deze vorm van muciseren in de erediensten ben. Rock muziek en de kledij welke er bij hoort, past geheel in de demonische geheimsferen. Denk hierbij slechts eventjes aan de moderne  rock muziek etc. welke juist de normen en waarden in de maatschappij tot nul aan het degraderen is. Vraagt u zich wel eens af wat de achterliggende gedachte van de rock en hardrockmuziek is?
Doch God de Schepper wil ook binnen Zijn huis rust en orde. Diensten ter eer van Hem mogen nimmer in “wanorde” uitbreken. Goede vlotte muziek zou voor een evangelisatieavond  prachtig zijn, maar zou het niet ietsje zachter kunnen? Vaak wordt men, zonder het zelf direkt te willen, tijdens de diensten door de opzwepende muziek, in vervoering gebracht en gaat  Gods Geest oproepen. Helaas men komt niet in de vervoering van Gods Geest, maar juist in de vreemde geesten en demonen.
Vergeet nooit, dat wat er al is, niet opgeroepen behoeft te worden. God is immers juist in de erediensten aanwezig, maar de gemeenteleden moeten dat dan wel zelf aannemen. Weet u ook het volk van Israël ging hier de fout in. Zij riepen ook om God, ze wilden Hem zo dicht mogelijk bij zich hebben, ze wilden Hem het liefste kunnen aanraken. Door hun drukte en geweldige aktiviteiten hadden ze God nog nooit in de gaten dat Hij reeds onder hen was. Toen deze niet direct kwam ging men, maar uit nood, een gouden kalf maken om dan toch maar in de nabijheid van god te kunnen zijn. Maar ze aanbaden wel een andere god. En wat deed Mozes, hij gooide in zijn boosheid de stenen tafels naar beneden. De straf was dan ook radicaal, geen van de toen levende Israëlieten mocht het land Kanaän binnen gaan. Zelfs Mozes niet.  God wil in het huis des Heren met eerbied gediend worden. (hebt u de tekst gelezen(hebr.12:28 en 29 ?) Het huis des Heren is de plaats waar de gemeente samenkomt om God te loven, te prijzen en te aanbidden.
Iemand zei onlangs: "om de jeugd tot de kerk te trekken, zullen we in alles wereldgelijkvormig moeten worden. Wij moeten een pluriforme gemeente worden waar de jeugd graag naar toe trekt". Ze zei: "een dienst zonder evangelische rockmuziek zou  geen jongeren trekken". De kerk zou in deze tijd  moet volgens de spreekster een pluriforme gemeente moeten zijn. Juist en hier zien we heel duidelijk het gezicht van de New Age gedachte welke juist binnen vele evangelische gemeenten is doorgedrongen. Helaas, Gods Geest wordt vaak, juist binnen de gemeente van Christus, door die zelfde leden vervormd tot een vormeloos iets, waardoor de gemeente in haar groei wordt gestagneert. Zeker vele gemeenten schieten als paddestoelen uit de grond, de ene na de andere kerkscheuring zien we plaats vinden, maar zijn dit dan wel gemeenten van de Here? Mijn vraag is dan weer, leven deze broeders en zusters wel echt met de Heer van de gemeente? Dragen ze werkelijk de kenmerken van de gemeente van Christus? Immers ook de tegenstander van God werkt middels de New Age beweging, om mensen op te roepen om zoveel  mogelijk pluriform te gaan denken. En deze samenwerking zou alleen tot stand kunnen komen door de indoctrinatie van het charismatische denken vanuit de New Age gedachte. Laat mij duidelijk zijn, een pluriforme christelijke gemeente is ondenkbaar daar iedere volgeling van de Heer een radicale persoonlijkheid is geworden.(laat uw ja ,uw ja zijn.) Niemand kan twee heren dienen etc.)

Maar juist binnen dat nieuwe tijds denken, staat men veelal zeer fundamentalistisch  tegen over de anders denkenden en gelovige en dat spreekt toch echt niet van de éénheid in Christus. Steeds weer komt de vraag bij mij naar  boven: ”werken wij wel goed binnen onze eigen gemeente? Staan wij werkelijk wel in de dienst van God de Schepper? Hoe kan iemand geloven in een genadig en liefhebbende God, als Zijn volgelingen het tegenbeeld van Zijn liefde zijn? Willen velen binnen de gemeente, door vooraan te staan met Gods Woord op de lippen, zich zelf niet het liefste op de voorgrond  plaatsen?"
Als door onze woorden het Levende Woord door de daad(getuigenis) en het woord niet wordt beleden, zal dat voor de ander een vreemd voedsel blijven en zal het dan weigeren om er van de eten. Zo is er een Twents spreekwoord;  "Wat de boer niet kent zal hij dan ook niet eten." Maar het kan ook het tegenovergestelde zijn:  Als we een ander overvoeren met wat wij lekker vinden, gaat hij of zij er ook van gruwen en weigert het nog langer te eten. Kan de ander nog wel jaloers worden op ons leven met Christus? Snapt u wat ik bedoel? Juist, we moeten dus het evangelie de ander niet opdringen. We kunnen het slechts aanbieden door ons eigen leven als een voorbeeld te stellen. Heb ik het etiket op mij van christen of kerkganger en toon in mijn leven het tegenoverstelde van wat de Heer de mens mee geeft, dan wordt ik bestempeld als hypocriet zijnde.
Kijk broeders en zusters, als wij ons wel het vuur uit de benen lopen, maar  de waarschuwing van Psalm 1 in de wind slaan, dan zal het ons nooit gelukken. Vers drie komt er op neer, dat als  wij ons door God opnieuw naar Zijn beeld en gelijkenis laten vormen, dat  wat wij door Gods genade ondernemen, ons alles zal gelukken. Wat toch een pracht belofte. Nogmaals vergeet niet dat vers drie verwijst naar het eerste vers. We kunnen ons christen noemen, en toch onze eigen weg gaan om anderen tot die groep te willen brengen, dan doen we het zelfde als die jongen op het schoolplein, die staat te getuigen en op te snuiven aan zijn vrienden,dat  zijn club de beste is. Doch helaas er komen geen nieuwe pupillen bij. Een andere voetbalfan, van een geheel andere club, niet zo erg opsnuiverig, praat weinig over zijn club.  Maar laat aan de omstanders op het veld zien dat zijn club toch heel goed is. Mede ook door zijn toedoen werd zijn club toch de eerste. En  die club groeide.............. Doen wij als gelovigen ook niet vaak als die jongen die zelf amper kon voetballen en daardoor zijn club niet zo’n goede naam gaf? Of lijken wij meer op de knaap die niet zo veel spreekt maar in zijn werk als voetballer op het veld alles op alles zet om niet slechts te winnen, maar ook de club te laten groeien?

Hille Dijkstra

Reageren? dij01137@planet.nl


Bij acute nood kunt u bellen met 06 - 4117 5813.

(niet op zondag tussen 8 en 12 uur)

U ontvangt ten alle tijde zo spoedig mogelijk bericht van de coördinator.