S.O.S. Signaal
Internetpastoraat

Terug naar de oorsprong van gemeentevorming

Aan de gemeente te...

In de zeven zendbrieven, welke zijn gericht aan de zeven gemeenten, zien we waar het in de gemeenten aan schort. De Heer richt zich door zijn apostel Johannes ook tot de gemeenten van deze tijd. In al deze brieven kunnen we de stem van de MEESTER voor heel de gemeente verstaan. Het zijn stuk voor stuk vermaningen, maar ook bemoedigingen.

Deze zendbrieven laten ook de gemeente van NU zien waar het fout gaat. De grootste fout is wel dat men heeft verzaakt de werkelijke liefde voor heel de gemeente. Men heeft zich veelal laten misleiden door de Nicolatieten(Judaïsten)Mogelijk dat we hier het woord en de benaming uit deze tijd beter kunnen gebruiken. En hier wijs ik zeker op het charismatische denken en werken van vele leidinggevenden binnen de gemeenten.

Dit charismatische denken wordt een geloof hebben en bewaren voor het eigen gewin. Dus voor eigen eer en glorie. De kerk sprak altijd over de goede werken, waardoor de mens zou kunnen opklimmen tot God. Door het charismatische werken en leven binnen de gemeenten van de Heer wordt juist het al afgelegde oude leven weer binnen gehaald. Men heeft er nooit volledig afstand van kunnen of willen nemen. Het vertrouwen op de GROTE LIEFDE van de Heer wordt,ook nu nog, veelal terzijde geschoven.

Door dat charismatische denken en werken wordt het geloof, in de ware Schepper van hemel en aarde, veelal overschaduwd door de eigen werkzaamheid. Deze vinden we terug in de persoon Izébel welke wordt beschreven in Opb.2.

De satan verleidt de gelovigen om zich achter hem te scharen. Dit zien we ook in deze tijd veel binnen gemeenten van nu. Men laat iedereen weten dat we de persoon maar moeten volgen, welke zegt door God te zijn aangesteld en geroepen. Dat deed de gemeente van toen, maar ook van nu. Iedere denominatie zegt de ware gemeente van de Heer te zijn, maar helaas het lijkt soms op de gemeente van de satan.

Velen hebben zich in de eeuwen, na de eerste gemeente, ingezet om de gemeente terug te brengen naar de eerste gemeente, waar men alles eendrachtelijk bijeen bracht. Men deelde van de weelde en de overvloed aan de armen. Daarnaast moet zeker vermeld dat men ook in de geest eendrachtelijk was. Wat een geweldig getuigenis klonk door woord en daad dwars door Jeruzalem. En de gemeente groeide. Zelf de grote vervolger van de gemeente. Saulus werd gegrepen door het getuigenis van de Meester zelf. Van vervolger werd ook hij een knecht een apostel van de Heer. Binnen zeer korte tijd werd het evangelie tot in het verre Oosten tot in China verkondigd.

Het wordt de hoogste tijd, dat de gemeente van nu opnieuw gaat getuigen door de daad en het woord. Zou het niet beter zijn om de preken af te schaffen, en het getuigenis er voor in de plaats te stellen? Zeker de gemeente moet wel onderricht worden in de juiste leer welke geënt behoort te zijn op de bijbel en niet op kerkelijke dogma's

Door lief en leed samen te delen zullen we allen terug moeten naar de vorming van de eerste gemeente. Dit delen moet niet alleen onder de vrienden plaats vinden, maar ook aan en met hen die ons gaan vervolgen. Zeker, ons staat een grote vervolging te wachten. Maar met HEM zullen we overwinnaars zijn en de gemeente zal weer groeien. Als wij als volgelingen van de MEESTER ons zelf durven weg te cijferen, zal Hij altijd met ons zijn. Het zal ons dan ook werkelijk aan niet ontbreken. Durft u het met JEZUS aan???

En schrijf aan de leidinggevende van de gemeente...

Broeder Johannes, die om het geloof in de WAARACHTIGE, zelf als slaaf in de mijnen op Pathmos moest werken, kreeg de opdracht van de MEESTER om alles op te gaan schrijven, wat in de toekomst moest plaats vinden. Voor dat hem de toekomst verwachtingen werden kenbaar gemaakt, moest hij eerst aan de zeven gemeenten brieven schrijven. Hieruit blijkt dat niet alle gemeente zich hebben laten leiden door Gods Geest, en daardoor zijn ze van de oorspronkelijke gemeentevoming, zoals in het boek Handelingen staat beschreven zijn afgedwaald.

Iedere brief, welke Johannes schreef aan een gemeente, is een spiegel welke de lezers werd en wordt voorgehouden.

Iedere brief ( 7 stuks) heeft ongeveer de zelfde aanhef. Maar iedere keer, wordt de grootheid van de Schepper gebracht. Ook laat iedere brief de goede dingen van de gemeente zien, maar ook waar iedere gemeente van de WAAREHEID was en is afgeweken.

De aanklacht tegen de gemeente te Epheze was, dat zij de eerste liefde hadden verzaakt. De opdracht aan Epheze was dan ook, als volgt samengesteld. "Bedenk eens van welke grote hoogte je bent gevallen en bekeer je en doe opnieuw belijdenis van al je fouten. Gemeente van Epheze bekeer je, zo niet dan kom ik je kandelaar wegnemen".

Heel merkwaardig dat aan de gemeente van Smyrna geen aanklacht wordt genoemd. Deze gemeente wordt uiteraard wel, door God zelf, op het grote gevaar gewezen, dat de satan zeker op de loer blijft liggen, om volgelingen van de Heer, te gaan vervolgen. Daarom wordt de gemeente de opdracht mee gegeven, om tot de dood er opvolgt, trouw te blijven. Ook deze gemeenten werden overspoeld met mensen die zeggen Jezus te volgen, maar het absoluut niet zijn.

Bij de gemeente te Pergamum komt God zelf met het twee snijdende zwaard. En de brief begint direkt al, met de woorden:"Ik weet, waar jullie wonen. Je hebt onderdak gevonden, daar waar de satan zijn troon heeft staan". Zeker je doet wel goede dingen, maar toch zegt God zelf.
"Ik heb enkele dingen welke totaal tegen jullie zijn. Jullie houden je vast aan de leer ban Bileam ,die Balak leerde om de Israëlieten te verleiden om met de andere vreemde goden te hoereren. Zo zijn er ook bij jullie die de oude leer van vroeger maar niet kunnen en willen vergeten". Zij konden ook binnen de gemeente het eigen stoffelijke gewin, maar niet loslaten. Zien we hier niet het charismatische geloof welke we anno nu ook binnen vele gemeenschappen tegen komen? En weer klinkt die geweldige oproep, om zich te bekeren tot de levende God, die hen kent van voor de geboorte. Zo niet dan kom ik met het zwaard van het Woord.

Aan de gemeente van Thyatira. Ook hier zegt God. "Ik ken al jullie werken, maar ook de liefde en geloof en je pastorale werk, maar ook je geloof en het diaconale werk.Wat Ik tegen jullie heb is dat je de vrouw Izébel maar laat begaan.Terwijl deze vertelt dat ze een profetes zou zijn, leert en verleidt al mijn volgelingen om met andere goden te hoereren en daarbij afgodenoffers te eten. Deze Izébel wil zich niet bekeren. De opdracht is aan allen die de leer van deze vrouw niet volgen,"wat je hebt, laat het niet los totdat Ik kom. Wie overwint en mij bewaart, Ik zal hem macht geven over die heidenen". Laten we hier niet vergeten dat de moderne theologie, welke door het New Age gedachten de moderne kerken is binnen gedrongen, zich met alle winden mee laat trekken.

Aan de gemeente te Sardes wordt duidelijk gemaakt dat God weet van de werken en hun goede naam. Maar zegt Hij er achteraan, maar jullie zijn dood.

Zien we dit ook niet in onze gemeenten. Er wordt hard gewerkt en daardoor is eer een goede naam gekomen. Doch, wat is het resultaat? Al werk je hard, maar er gebeurt niets in de gemeente. Worden er nog wel dagelijks zielen tot de gemeente gevoegd? Wordt wakker en versterk je geloof, wat dreigt af te sterven. God heeft geen enkel stukje gemeentewerk daar goed gevonden. Denk er eens over na, hoe je destijds je zelf vol overgave aan Mij hebt gegeven. Wordt wakker, want God zal komen als een dief in de nacht.

Gelukkig zijn er nog mensen binnen jullie gemeente die hun ziel en zaligheid niet hebben verkwanseld. Zij zijn het die met Mij in witte kleren zullen wandelen. Iedereen die de dood van het eigen "ik" overwint, zal bekleed worden met dat fijne witte gewaad. Wat een geweldige strijdt, is er om het eigen "ik" te overwinnen. Maar met Hem zullen we ook hier overwinnaars worden en strak gekleed gaan in witte klederen.

Aan de gemeente te Philadêlphia schreef Johannes, jullie hebben slechts kleine kracht, maar je hebt Mijn Woord bewaard en Mijn naam niet verloochend. Ik zal daarom jullie mensen sturen, die uit de synagoge van de satan komen en zeggen dat ze joden zijn, maar het niet zijn. Zij zullen jullie smeken en zich voor jullie voeten neerwerpen en erkennen dat IK het ben die jullie lief heeft en opdracht heeft bewaard om op mij te wachten. Ik zal jullie bewaren voor de verzoekingen.

Aan de gemeente te Laodicéa laat God zien dat Hij de Amen en de getrouwe en waarachtige getuigenis is. Ook hier klinkt de vermaning door van het noch heet, noch koud zijn. God zegt dan ook, omdat je zo bent zal ik je uit moeten spuwen. Je zegt dat je rijk bent en aan niets gebrek hebt. En je hebt het maar niet door dat je in wezen zo arm bent als de mieren. IK zeg dat je bij Mij, echt geestelijk rijk kunt worden, dat je straks mag wandelen in die smetteloze witte kleren Wees ijverig en bekeer je tot MIJ. Jullie zullen mij moeten toelaten in je leven. Als je de deur van je leven voor Mij openzet, zal ik ook bij jullie binnen komen en maaltijd houden.

Wie overwint, hem of haar zal ik geven bij Mij te zitten.

God gaf, aan Johannes op dat Pathmos, de opdracht om ook de gemeente van deze tijd de spiegel voor te houden. Iedere gemeente zal moeten leren om zich volledig aan de MEESTER over te geven en de vrouw Izébel buiten de deur te houden.

Zeker, we geven binnen de eigen kerk, graag een cursus over gemeenteopbouw. Doch wordt het niet de hoogste tijd dat we ons zelf geheel aan de Meester overgeven. We zullen terug moeten keren tot het pure bijbelse socialisme, wat de bijbel ons leert. We zullen moeten leren te delen van wat wij bezitten. Dus ook ons geloof, onze blijdschap en liefde. We moeten binnen de gemeente weer één van hart en ziel worden. Juist binnen de bekende cursussen gemeente opbouw, leren we hoe we het voordeligste binnen de gemeente kunnen gaan staan, om zoveel mogelijk mensen te werven voor onze overtuiging. Zeker we delen als een Ananias van ons bezit, maar dan veelal tot eigen eer en glorie.

De beste cursus voor gemeenteopbouw is door ons totaal om te keren naar de Levende Heer, die is, was en zeker zal komen.


Het internetpastoraat is een samenwerkingsverband van:
en werkt geheel oecumenisch. De drempel is voor de hulpvrager zo laag mogelijk gehouden.

Door geheel Nederland is een netwerk van predikanten en pastorale medewerkers die geheel op vrijwillige basis, naar u willen luisteren. Aan deze hulpverlening zijn nooit kosten verbonden.

Wilt u bij een schriftelijk contact wel vermelden als het gaat om eventueel:

  • Ouderenpastoraat
  • Studentenpastoraat
  • Kinderpastoraat
  • Jongerenpastoraat

Bij acute nood kunt u bellen met 06 - 4117 5813.

(niet op zondag tussen 8 en 12 uur)

U ontvangt ten alle tijde zo spoedig mogelijk bericht van de coördinator.